Bij het koffiezetapparaat wordt over van alles gepraat: het weekend, de nieuwe collega, de deadline van vrijdag. Over één ding blijft het meestal stil, namelijk wat die collega naast je eigenlijk verdient. Uit fris onderzoek blijkt dat bijna vier op de tien werknemers geen idee heeft wat een directe collega op zijn of haar loonstrook heeft staan. Toch verandert er iets. Vooral jongere werknemers praten steeds vaker openlijk over hun salaris, en dat heeft alles te maken met een generatiewissel én met een wet die eraan komt.
Het salaristaboe zit dieper dan je denkt
Onderzoek van HR-platform Deel onder ruim duizend Nederlandse werknemers laat zien dat slechts 28 procent precies weet wat een directe collega verdient. Voor ongeveer de helft van werkend Nederland voelt een gesprek over salaris nog altijd ongemakkelijk of onbespreekbaar. De redenen lopen uiteen: 42 procent noemt loon een privézaak, 39 procent wil geen ongemakkelijke discussies met collega's, en een kwart houdt de eigen positie liever verborgen uit angst voor jaloezie. Opvallend is dat kantoren met een echte koffieautomaat-cultuur opener blijken dan werkplekken waar iedereen vooral thuis of op afstand werkt. Wie fysiek naast elkaar zit, weet gewoon vaker wat de ander verdient.
Waarom Gen Z het gesprek wél aangaat
De openste generatie is niet toevallig de jongste. Onderzoek van Robert Walters laat zien dat een meerderheid van de Gen Z-werknemers bestaande taboes op de werkvloer negeert en salaris gewoon bespreekt met collega's, tegenover nog geen derde van de professionals tussen de 45 en 61 jaar. Die jongere generatie groeide op met video's over inkomen, salarisvergelijkers en groepschats waarin ervaringen over sollicitaties en beloning gewoon gedeeld worden. Ook op Reddit en in besloten LinkedIn-groepen duiken steeds vaker draadjes op waarin mensen anoniem hun salaris posten en vragen of dat eerlijk is voor hun functie en ervaring. Voor oudere generaties voelt dat al snel als opschepperij of bemoeizucht, voor Gen Z is het gewoon een manier om te checken of ze eerlijk worden betaald. Wil je zelf die stap zetten richting een hoger salaris? lees ook hoe je om een salarisverhoging vraagt en vaker ja te horen krijgt.
De wet die het taboe straks doorbreekt
Wat nu nog vooral een culturele verschuiving is, wordt over een paar jaar verplicht. De Europese Richtlijn Loontransparantie moet ervoor zorgen dat werknemers bij hun werkgever kunnen opvragen wat collega's in een vergelijkbare functie gemiddeld verdienen, uitgesplitst naar geslacht. Nederland haalt de oorspronkelijke EU-deadline van juni 2026 niet, maar minister Vijlbrief stuurde het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2027, zo meldt Rijksoverheid.nl. Bedrijven met meer dan honderd werknemers moeten straks periodiek rapporteren over de loonkloof binnen hun organisatie, en die mag niet groter zijn dan vijf procent.
Niet iedereen is overtuigd dat de wet het gewenste effect heeft. Onderzoeker Katharina Brütt van de VU waarschuwt in een gesprek met NOS dat het opvragen van salarissen vrouwen in de praktijk nauwelijks verder helpt, en in het slechtste geval vooral mannen benadeelt. De wet verandert dus niet alles in één klap, maar normaliseert wel het gesprek waar veel werkvloeren nu nog omheen draaien.
Wat opener praten over geld je oplevert
Je hoeft niet te wachten tot 2027 om er profijt van te hebben. Weten wat een collega in een vergelijkbare functie verdient, geeft je een feitelijk uitgangspunt bij het volgende functioneringsgesprek, in plaats van een onderbuikgevoel. Het helpt ook om oneerlijke verschillen op te sporen, niet alleen tussen mannen en vrouwen, maar ook tussen collega's die op hetzelfde moment zijn aangenomen voor dezelfde functie. Benchmarktools zoals LinkedIn Salary of een salarisonderzoek van je eigen branchevereniging geven daarbij een houvast zonder dat je direct een collega hoeft te vragen wat er op zijn loonstrook staat.
En als je zelf op sollicitatiegesprek gaat: sinds kort mag een nieuwe werkgever niet meer vragen wat je bij je vorige baan verdiende, precies om te voorkomen dat een laag beginsalaris je bij elke volgende stap blijft achtervolgen. lees hier wat die regel voor jouw sollicitatie betekent.
Zo begin je het gesprek zelf
Je hoeft niet meteen je loonstrook op tafel te leggen. Begin klein: vraag een collega in een vergelijkbare rol of hij of zij openstaat voor een gesprek over een salarisrange, niet meteen over exacte bedragen. Veel mensen vinden een bandbreedte minder spannend dan een concreet getal. Deel zelf ook iets, want wederkerigheid maakt het makkelijker voor de ander om open te zijn. Check daarnaast, voordat je het gesprek met je leidinggevende aangaat, wat vergelijkbare functies elders verdienen via salarisbenchmarks of vacatureteksten waarin het salaris al vermeld staat. Zo kom je niet met een gok, maar met een onderbouwd verhaal de kamer in.
Krijg je toch nul op het rekest van een leidinggevende die liever niets loslaat? Vraag dan concreet naar de loonschaal die bij jouw functie hoort, in plaats van naar het salaris van een specifieke collega. Veel bedrijven hebben zo'n schaal al vastliggen, ook al communiceren ze die niet actief. Dat is precies het soort informatie waar de nieuwe wet straks een recht van maakt, dus wie er nu al naar vraagt, loopt gewoon een paar jaar voor op de wetgeving. Het taboe verdwijnt niet na één gesprek, maar elke keer dat je het bespreekbaar maakt, wordt de volgende keer net iets makkelijker.